Botox®
Rimpels ontstaan o.a. waneer bepaalde spieren in het gezicht veelvuldig worden aangespannen. Goede voorbeelden hiervan zijn de fronsrimpel, lachrimpels of kraaienpootjes. Botilinium toxine (Botox®) is een natuurlijk eiwit wat bij inspuiting (over)activiteit van de spieren verminderd. De spieren kunnen niet meer worden aangespannen, waardoor rimpels in de huid uiteindelijk verminderen tot verdwijnen.
Wat is Botox®?
Botox® is een eiwit dat wordt aangemaakt door de bacterie Clostridium botulinum. Als geneesmiddel heeft Botox® twee effecten:
1. Botox® blokkeert de prikkeloverdracht van zenuwen naar de spieren, waardoor de werking van de spieren afneemt of stil komt te liggen.
2. Botox® blokkeert de werking van zenuwen die de zweetklieren prikkelen, waardoor voorkomen wordt dat de klieren zweet produceren.
Wat doet Botox® met de rimpels?
Door het willekeurig of onwillekeurig aanspannen van spiertjes vlak onder de huid kunnen rimpels ontstaan. Dit zijn bijvoorbeeld de fronsrimpels op het voorhoofd en tussen de wenkbrauwen en de kraaienpootjes aan weerszijde van de ogen. Botox® blokkeert het ‘aanspansignaal’ tussen de zenuwtjes in de huid en de huidspieren. Hierdoor kunnen de spiertjes in de huid niet meer (volledig) worden aangespannen. Het resultaat van de Botox® injectie merkt u 3 tot 5 dagen na de behandeling en deze houdt gemiddeld 3 tot 6 maanden aan. Daarna neemt de mogelijkheid om de spiertjes aan te spannen weer langzaam toe. Er groeien dan namelijk weer nieuwe zenuwuiteinden aan om de geblokkeerde zenuweinden te vervangen.
Waarom zou u rimpels behandelen met Botox®?
Mensen die veel fronsen kunnen soms ongewild een norse of boze gelaatsuitdrukking hebben. Bovendien kunnen fronsrimpels uiteindelijk ‘in de huid blijven staan’: ook bij ontspannen gezichtsspieren blijven de rimpels aanwezig. De Botox® behandeling helpt derhalve ook rimpels te voorkomen. Mensen die behandeld zijn met Botox® vertellen vaak dat de behandelde huidgebieden ontspannen aanvoelen. Dit gevoel kan voor sommige mensen al voldoende zijn om de behandeling te herhalen. Tevens is bij sommige patiënten hun migraine verdwenen na behandeling van aangezichtsrimpels met Botox®. Die migraine kwam voor bij patiënten die hun voorhoofdspieren steeds spanden tijdens periodes van stress en spanning.
Zijn er bijwerkingen met Botox®?
Botox® is een buitengewoon veilig geneesmiddel. De kleine injecties zorgen voor een kortdurende pijn door de prik. Soms wordt bij het prikken een bloedvaatje geraakt waardoor een kleine bloeduitstorting kan ontstaan. Na de injectie is er een klein bultje zichtbaar (vergelijkbaar met een kleine muggenbult). Deze (geringe) zwelling trekt snel weer weg. Een mogelijke bijwerking is een tijdelijke uitschakeling van de spiertjes die het ooglid optillen. Een tijdelijk hangend ooglid is dan het gevolg; deze bijwerking is echter uitermate zeldzaam. Soms ontstaan tijdelijk hoofdpijnklachten na de behandeling.
Werkt het bij iedereen?
Niet iedereen reageert op dezelfde manier op de injecties. Gemiddeld zal bij 90% een duidelijke vermindering van de rimpelvorming worden bereikt. Bij een kleine minderheid van de patiënten vallen de behandelingsresultaten tegen m.b.t. hun verwachtingen van de therapie.
Hoe verloopt de behandeling in de praktijk?
Stap 1.
De behandelend arts zal vragen of u enkele keren boos-fronsend en heel verbaasd wil kijken. Zo kan hij zien in welke spiertjes de Botox® moet worden toegediend.
Stap 2.
Op deze plaatsen wordt op gelijkmatige afstanden een kleine hoeveelheid Botox® oplossing met een fijn naaldje in de spiertjes onder de huid gespoten.
Wordt de behandeling vergoed?
De behandeling wordt niet vergoed.
Hoe pijnlijk zijn de injecties?
Er wordt van zeer kleine naaldjes gebruik gemaakt en de injectie van het geneesmiddel zelf is niet pijnlijker dan een gebruikelijke verdoving. De meeste patiënten voelen het minder dan collageen. Eventuele pijn kan verminderd worden met ijs om de huid af te koelen vlak voor de injecties.
Voor wie is Botox® ongeschikt?
1. Er wordt principieel niet bij moeders die borstvoeding geven geïnjecteerd, evenals bij zwangere patiënten, ondanks dat geboorteafwijkingen nooit gemeld zijn.
2. Patiënten met een voorgeschiedenis van neuromusculaire ziekten (o.a. en myasthenia gravis) of andere ziekten in verband met neurotransmissie dienen Botox® te mijden.
3. Bij patiënten die de volgende geneesmiddelen innemen, kan de werking van Botox® verstrekt worden: aminoglycoside-antibiotica (injectis met streptomycine, tobramycine en garamycine), penicillamine, kinine en calciumkanaalblokkers.